Net zoals op ieder continent, komen er ook planten en dieren
voor op de Noordpool.
Er komen redelijk veel planten voor op de Noordpool, rond de
1700 in totaal in de poolcirkel. De planten zijn heel erg klein. Zo kunnen ze
zich beschermen tegen de snijdende kou en harde wind op de Noordpool. Ook
doordat de zomer niet zo lang duurt, een paar weken, hebben ze een korte
levenscyclus.
Met de dieren is het ook goed gesteld. Er zijn vele soorten vogels, onder
andere meeuwen. Ook landdieren zijn er in overvloed. Alle dieren zijn goed aan
de kou aangepast. Ze hebben een dikke, warme vacht met daaronder een robuuste
vetlaag die hen beschermen tegen het koude klimaat. Vele dieren hebben tevens
een witte vacht, zodat ze niet opvallen in de sneeuw. Niet alleen het land,
maar ook de zee heeft bewoners. Er zwemt plankton wat voor de verschillende
vissen tot voedsel is.
Hieronder worden enkele bekende dieren omschreven.
IJsbeer
De ijsbeer is waarschijnlijk een van de bekendste en meest voorkomende diersoorten
op de Noordpool. Een ijsbeer mannetje kan 3 meter en 600 kilogram worden en een
vrouwtje 2,4 meter en 300 kilogram. IJsberen hebben een witte vacht met
daaronder een zwarte huid, wat je ziet bij de neus. Ook hebben ijsberen vliezen
tussen hun tenen, zodat ze beter kunnen zwemmen. IJsberen voeden zich
voornamelijk met zeehonden, maar ook onder andere walrussen, kleine walvissen,
lemmingen en vissen. Bij het jagen gebruikt de ijsbeer zijn neus om de prooi op
te sporen om die vervolgens met zijn klauwen te verscheuren.
Zeehond
Er leven verscheidene soorten zeehonden op de Noordpool. De kleine zeehond is
de meest voorkomende. Hij kan ongeveer 165 cm worden en 100 kilogram. De kleine
zeehond is, zoals de naam al zegt, kleiner dan zijn mede-zeehonden. Zijn
gezichtsuitdrukking is katachtiger en zijn een stuk kleiner. De kleine zeehond
heeft een zilvergrijze vacht op de buik en een donkergrijze vacht met lichtere
ringen op zijn rug. Het dier voedt zicht met vissen, weekdieren en
kreeftachtigen die in de zee leven. De zeehond zelf wordt gegeten door de
ijsbeer.
Narwal
De narwal komt niet alleen op de Noordpool voor, maar ook in het subpolaire
gebied. Hij behoort tot de walvisachtigen. Het lichaam van de narwal is erg
gedrongen, hij heeft een kleine kop met een bol voorhoofd. Zijn snuit is stomp,
de vinnen zijn klein (ongeveer 35 cm), maar hij heeft geen rugvin. De narwal
kan 4 à 5 meter lang worden, zonder slagtand gerekend, en hij weegt rond 1000
kilogram. Hij kan gekenmerkt worden aan zijn grote slagtand, die wel 3 meter lang
kan worden en 10 kilogram. Sommige narwallen hebben er zelfs twee, maar dat
komt maar heel zelden voor. De dieren hebben een donker gekleurde rug en een
witte buik. De narwal gebruikt vissen, inktvissen en schaaldieren als voedsel.