Natuurlijk zijn de Noord- en Zuidpool niet onopgemerkt
gebleven door de mensen.
De eerste expedities naar de Zuid begonnen al in de 19de
eeuw. Eind januari 1820 zijn er 3 expedities naar de Zuidpool geleid door de
Fabian von Bellingshausen, Edward Bransfield en Nathaniel Palmer. De Engelsman
James Clark Ross probeerde om het geomagnetische zuidpool te bereiken, wat
mislukte. De Fransman Jules Dumont d’Urville en de Belg Adrien de Gerlache
probeerden hetzelfde te doen, maar ook hun pogingen faalden.
Vanaf de 20ste eeuw probeerden verscheidene ontdekkingsreizigers als
eerste het geografische zuidpool, zo nauwkeurig mogelijk, te bereiken. Robert
Falcon Scott en Ernest Shackleton zetten hun expeditie op in 1902 en ze
bereikten de zuidpool tot 82°17’ ZB. In 1907 probeerde Shackleton hetzelfde,
maar hij mislukte weer en kwam tot 88°23’ ZB. Echter bereikte hij wel het
geomagnetische zuidpool en het
Antarctisch Plateau. In 1911 begon de poolrace tussen Scott en Roald Amundsen.
Op 14 december 1911 zette Amundsen als eerste mens een voet op Antarctica,
waarmee hij eveneens de race had gewonnen. Scott kwam daar een maand later aan
en hij en zijn team stierven op de terugtocht. In 1914 probeerde Shackleton de
pool over te steken, maar dat mislukte. Richard Evelyn Byrd lukte het wel in
1929 met een vliegtuig.
Tussen 1957 en 1958 werden er vele expedities gehouden naar de Zuidpool. Ook
werd er de “Amundsen-Scottbasis” geplaatst precies op de zuipool, ter ere van
de twee grootse expeditieleiders. Nu nog steeds wordt die basis bewoond door
mensen. In 1959 werd er een verdrag ondertekend, het Antarctisch Verdrag,
waarin stond dat Antarctica een neutraal landgebied zou zijn.
Ook de expedities naar de Noordpool begonnen in de 19de
eeuw. Robert Edwin Peary begon zijn expeditie naar Groenland in 1886. Zijn doel
was om het meest noordelijke punt van de Noordpool te bereiken. Fridtjorf
Nansen had in 1895 ontdekt dat het Noordpoolgebied alleen maar uit ijs bestond
en Peary wilde nog een stapje verder zetten. Zijn expeditie had echter geen
wetenschappelijke intenties zoals die van Nansen. Tussen 1893 en 1897 verbleef
hij een op Groenland waar hij voorbereidingen trof voor zijn eerste
expeditie in 1902, wanneer hij naar de
90ste breedtegraad vertrok naar het noordelijkste deel. Helaas door
slechte ijscondities en door een dik pak sneeuw, waar de sledehonden niet
doorheen kwamen, mislukte deze expeditie.
In 1905 probeerde Peary weer dezelfde expeditie ondernemen. Hij vertrok met het
schip “ Roosevelt” naar Groenland om daar waar ze Inuiten en Siberische
sledehonden op zouden pikken. De Inuiten zouden ze helpen met woningen (iglo’s
bouwen) en het proviand. En weer mislukte deze pogingen ondanks de moeite van
iedereen: de temperaturen waren weer veel te laag, het ijs was slechten
onregelmatig en de voedselvoorraden raakten op. Toen Peary dit besefte, besloot
hij om nóg noordelijker te gaan in een hoog tempo. Zo bereikte de 87ste
breedtegraad en lag hij maar 300 km van zijn einddoel af.
In 1908 vertrok “Roosevelt” weer met Peary aan boord, die hulp kreeg van Mattew
Henson. In Groenland pikten ze weer Inuiten (50) en sledehonden (250) op. De
verschillende ploegen zouden in het voorjaar van 1909 moeten vertrekken vanuit
het hoofdkamp. Peary’s ploeg zou als laatste vertrekken. Door vele hindernissen
keerden vele ploegen terug, maar de ploegen van Peary, Henson en vier Inuiten
zetten door en na 5 dagen bereiken ze de geografische Noordpool. Na daar 30 uur
te zijn gebleven keerden ze in 3 dagen terug naar de hoofdbasis.